Glenn Lelieveld over de wolf

wolf lelieveld

In het kader van Veluwezomer gaf Glenn Lelieveld zondagmiddag 21 juni een heldere presentatie over de wolf, het gedrag van het dier en hoe we er om kunnen gaan. Het was bijzonder leerzaam, veel nieuwe inzichten en ook dat wolven niet van tweevoeters, mensen, houden. En dat kunnen we zo houden.

Door Norbert Mergen

Ik werd om 11:47 uur gebeld. Ik dacht: dat is iemand die afzegt vanwege de hitte, maar de man vroeg of ik degene was die Glenn Lelieveld voor een presentatie over de wolf had uitgenodigd.
“Een journalist,” schoot door mijn hoofd. Maar nee.
Hij begon een akelig betoog en hoe ik zo idioot kon zijn iemand als Lelieveld uit te nodigen. Hij somde op hoeveel dieren er wel niet door ‘de wolf’ waren gedood en raasde maar door. De aantallen waren gigantisch. Ik kreeg de indruk dat hij de cumulatieve cijfers van de hele eeuw en heel Europa opsomde.

“Al die dode dieren. En dat noemt zich faunabeheerder!”
Dat is fout. Glenn is niet van Faunabeheer Nederland of welke faunabeheerclub dan ook. Dat blijkt ook uit zijn presentatie.. Glenn is ecoloog.


Ik weet niet hoe ik moet reageren. Meteen ophangen? Telkens als ik poog wat te zeggen, roept hij ongeveer hetzelfde door de telefoon.
“De wolf is een moordenaar, meneer.”
De mens ook,” antwoord ik om wat terug te zeggen. Die komt niet aan.
“Daar gaat het niet om. De wolf hoort hier niet. Nederland is vol.” Weer noemt hij de aantallen gedode dieren.
Er was geen gesprek mogelijk. Ik nodigde hem uit om deze middag langs te komen en te luisteren
.
Waarom belde hij; wat wilde hij ermee bereiken?

De laatste wilde wolf in Nederland is in 1868 geschoten. En honderdvijftig jaar later is ie terug.

Overheidsvoorlichting ontbreekt

“Wie van jullie heeft de informatie van de overheid gezien, over de wolf en hoe we daar mee om moeten gaan,” vraagt Lelieveld aan het begin van zijn presentatie. Er waren 32 gasten, maar niemand reageert. In tegenstelling tot andere landen doet de Nederlandse overheid niets. De pers gaat gretig om met berichten over de wolf en zaait zo angst en verwarring. De realiteit is namelijk heel anders.

Schade door dieren wordt door de overheid in principe vergoed. Pikant detail is dat de koolmees meer schade toebrengt dan de wolf.

Surplus killing

Glenn neemt de toehoorders mee in het leven van de wolf. Het is een neofoob, houdt niet van nieuwe dingen. Ze zijn schuw, ze springen niet – er is altijd een uitzondering en ja, die haalt het nieuws. En dan wat Lelieveld ‘surplus killing’ noemt. Wolf doodt niet één schaap, maar meteen veel. Vreselijk. Onbegrijpelijk, hij kan toch niet alles eten?

Het is natuurlijk gedrag, instinct, en in dit geval omdat er veel schapen bij elkaar zijn. Lelieveld haalt het voorbeeld van een hond aan: je gooit een bal, de hond gaat erachteraan en komt met de bal in de bek terug. Maar nu gooi je een bal – de hond gaat erachteraan en neemt de bal in de bek – en je gooit nog een bal. En nog een bal. Telkens laat de hond de zojuist in zijn bek genomen bal vallen en gaat achter de volgende geworpen bal aan. Het is instinct.

3,2% schaap

En zo horen we over de gespierdheid van de wolf, zijn kaken, en welke dieren de wolf eet. De uitwerpselen worden geanalyseerd en zo zien we dat de wolf meer rund eet dan schaap – maar zelden of nooit hoor je dat de wolf koeien bij een boer heeft gepakt. Nee, het zijn de wilde runderen die natuurbeheerders op hun terreinen hebben uitgezet.

Wolven hebben smaak, d.w.z. de ene roedel houdt meer van zwijn, de andere meer van edelhert. Het aandeel schaap dat de wolf – wolven in Nederland – eet is 3,2%. En dan is nog een groot deel ervan moeflon, het wilde schaap.

Langzaam schuift Lelieveld in zijn presentatie op naar hoe we er in Nederland mee om moeten gaan.

Ongewenst gedrag

Het gaat over natuurlijk en onnatuurlijk gedrag, zegt hij. “Dat zijn feiten.”
Maar gewenst en ongewenst gedrag? “Daar verschillen veel mensen nogal van mening over,” zegt hij. “Dat is een democratisch proces.”


Lelieveld haalt het geval van het meisje aan, dat op de heide door de wolf omver was gegooid. Ze was niet gebeten, geen schrammetje. Maar wel geschrokken.
“Het was een signaal van de wolf: wegwezen hier!”
Wolven voeden namelijk hun jongen (welpen) op heidevelden op. Die welpen zie je niet, maar moederwolf kan alles overzien en beschermt haar jongen.

Drie redenen

Er zijn drie redenen voor een wolf om aan te vallen: defensief (mens of hond benadert de wolf), instinctief (reactie op wegrennen of de fietser dan wel paardrijder die langs komt), en agressief (wolven houden niet van mensen, maar het kan voorkomen dat een wolf wel mens of hond benadert).
Daar kunnen we wat aan doen. Zoals: geen aanleiding geven, de omstandigheden wolf-onvriendelijk maken, enzovoorts.
Lelieveld geeft een actie(plan) van vijf stappen, die we moeten ondernemen om ervoor te zorgen dat wolven blijvend niet van mensen houden en uit de buurt blijven. (Er zijn 150 wolven in Nederland, waarvan tot nu toe maar 1 probleemwolf.)

Overheidsvoorlichting ontbreekt. Dat zou heel handig zijn.
De 32 mensen in de tent zijn nu in elk geval goed op de hoogte.

En als je een wolf tegenkomt, blijf stilstaan. Want wolven houden niet van tweevoeters. Maar ren niet weg: dan vertoon je namelijk prooigedrag en wordt het wolveninstinct getriggerd. Dan komt het dier achter je aan.
En niet in een hondelosloopgebied? Houd dan je hond aan de lijn. Hondeneigenaren weten dat loslopende honden soms flink kunnen vechten, waarbij soms flinke wonden bij de huisdieren kunnen ontstaan. Je wilt niet dat je loslopende hond wolvenlucht opsnuift en erachteraan gaat…..