Herman Romijn
Barneveld 1892-1959 Arnhem

Is Johannes Warnardus Bilders de aanjager van de Oosterbeekse kunstenaarskolonie midden negentiende eeuw en Théophile de Bock de inspirerende kunstenaar begin twintigste eeuw voor de kunstenaars in Renkum, zo kan Herman Romijn worden beschouwd als de kunstenaar, die na WO2 het culturele leven in de gemeente Renkum weer op gang brengt.
Romijn vestigt zich in 1940 in Oosterbeek. Tijdens de oorlog bewoont hij het historische gebouw ’t Hemeldal aan de Kneppelhoutweg (de voormalige ‘kostschool voor jonge heeren’. Na de oorlog betrekt hij de portierswoning op het terrein van het landgoed Hartenstein (het latere hotel, heden Airborne Museum). De portierswoning wordt eind jaren zestig gesloopt.
Aan de buitenmuur van de woning bevestigt hij een vitrine, waarin hij zijn werk, vooral tekeningen, etaleert. Zwart-wit tekeningen, bosgezichten en bomen die, zoals een recensent het eens verwoordde, ‘fors en machtig oprijzen, bomen, die in een sterke drift opgetrokken worden en dan wordt het rondom een spel van licht en schaduw, om van te genieten.’
Romijn maakt midden jaren dertig een opmerkelijke stap. Hij zegt zijn baan bij de spoorwegen en zijn gezin vaarwel in ruil voor het onzekere bestaan van vrijgevestigd kunstenaar. En dat middenin een wereldwijde economische crisis en de dreiging van Hitler-Duitsland. Zonder BKR.
In de oorlog raakt hij het merendeel van zijn werk kwijt. Nog geen twee jaar na zijn AOW overlijdt hij. Meerdere jaren met een vaste financiële basis zijn hem niet gegund.
Romijn richt in 1949 de groep Oosterbeekse Beeldende Kunstenaars op. In 1955 opgevolgd door de kunstenaarsvereniging Rhijn-Ouwe. In 1962 gaat deze vereniging op in een breder verband, n.l. ‘punt 62’ – kunstenaarsgroep van de Zuid-Veluwezoom. Deze kunstenaarsverbanden hebben aan een vijftigtal kunstenaars een podium geboden.
Rhijn-Ouwe houdt zijn tentoonstellingen vanaf 1958 in de aula van de Pieter Reijenga mavo aan de Talsmalaan in Oosterbeek.
Museum Veluwezoom wijdt in 2013 een overzichtstentoonstelling aan deze schilder en de kunstenaarsvereniging Rhijn-Ouwe.
